|
DNNO
|
|
Der VETTER aus Dingsdaeen voedzame muzikale komedie van Eduard Künneke
'Der VETTER aus Dingsda' wordt door dnno in het seizoen 2005/2006
in diverse Nederlandse theaters uitgevoerd. De productie is gebaseerd op de gelijknamige operette van componist Eduard Künneke en bestaat uit 3 aktes. Het libretto is van Herman Haller en Rideamus, naar het blijspel van Max Kempner-Hochstädt. De première van dit stuk vond plaats in Berlijn (Theater am Nollendorfplatz) op 15 april 1921.
'Der VETTER aus Dingsda' wordt gesproken en gezongen in het Nederlands, in een vertaling en bewerking van regisseur David Prins.
Stelt u zich voor: een villa, ergens in de driehoek Wassenaar, Bloemendaal, het Gooi. Hier wonen Monica en Ansje, twee bloedmooie meiden, beiden wees. Hier wonen ook oom Josse en tante Minne, hun vraatzuchtige stiefouders, beiden uit op geld. Als Monica dan het familiekapitaal erft, probeert oom Josse de hand te leggen op haar vermogen.
De snode plannen van oom Josse worden echter gedwarsboomd door allerlei onverwachte complicaties. Wie is die mistery guest die zich inspant om Ansje het hof te maken? Waar komt die postbode te pas en te onpas vandaan met onvoorziene berichten die roet in het eten gooien? Hoe raakt Monica zo smoorverliefd dat men haar tango ziet dansen bij volle maan? En hoe behulpzaam is eigenlijk tante Minne, die continu bezig is om de (geld)honger van haar man te stillen? Het huispersoneel heeft een zware dobber aan de grillen van de familie.
Ondanks de tegenwerking van hun gulzige pleegouders, weten Monica en Ansje listig een weg naar zelfstandigheid te knokken. Uiteindelijk overwint de liefde in een verrassend maar happy end.
De componist Eduard Künneke
De Duitse componist Eduard Künneke (1885-1953) werd na zijn studie aan de Berlijnse Hochschule für Musik dirigent van een mannenkoor in Potsdam. In 1907 werd hij koordirigent aan het Neues Operettentheater in Berlijn. Met de opera Robins Ende (1909) maakte hij zijn debuut als componist. In 1911 werd hij dirigent aan het Deutsches Theater in Berlijn.
Tijdens de eerste wereldoorlog moest Künneke in dienst als militair muzikant, maar kreeg later vrijstelling om voor het theater te gaan werken. Na de oorlog verwierf hij vooral bekendheid met zijn operettes. Eén van de meest succesvolle is wel Der Vetter aus Dingsda, met het beroemde lied ‘Ich bin nur ein armer Wandergesell’.
In Amerika, waar Künneke in 1925 woonde en werkte, gingen enkele Engelstalige operettes in première. Naast opera’s en operettes schreef de getalenteerde componist ook filmmuziek, liederen en orkestwerken, waaronder de Tänzerische suite, een concerto grosso voor jazzband en groot orkest. Belangrijk was zijn bijdrage aan kunstenaars-organisaties. Zijn algemene ontwikkeling was groot: hij studeerde ook nog hogere wiskunde, mythologie en filosofie.
|
|
.De Nieuwe Nederlandse Operette
Laan van Meerdervoort 41, 2517 AD Den Haag
070 3645383, info@dnno.nl, www.dnno.nl
Onno Ephraim, Ephraim Theater Productions, Zakelijke leiding, onno@ephraim.nl
Hans Schellevis, Muzikale zaken / informatie over audities, hans.schellevis@dnno.nl
Dieke van der Spek, Marketing en Communicatie, communicatie@dnno.nl, 06 - 24 68 40 39
|
|
![]() ![]() Algemeen Dagblad
3 december 2005
Winand van de Kamp
Operette cool en ouderwets gezellig
Der Vetter aus Dingsda Operette ****
Gezien: 30/11, Rijswijkse Schouwburg.
Herhalingen: zie www.dnno.nl .
Muzikade leiding: Pieter Janka.
Regie: David Prins.
Nederland heeft weer een professioneel operettegezelschap. De Nieuwe Nederlandse Operette (DNNO) maakt zijn debuut met een vlotte productie van Der Vetter aus Dingsda. Het gezelschap wil de oude liefhebbers van het genre bedienen maar ook een nieuw jong publiek aanspreken. Operette moet én cool en ouderwets gezellig zijn. Dat lijkt een onmogelijke opgave maar DNNO komt een eind.
De geheime wapens van regisseur David Prins zijn kleinschaligheid en een eigenzinnige aanpak. De enscenering heeft een fris, licht absurdistisch tintje. De voogden Josse (Marc Pantus) en Minne (Astrid Vrensen), die het kapitaal van hun stiefdochters in rap tempo opsouperen, eten reusachtige frieten aan een meer dan levensgrote tafel. De meisjes moeten het met kabouterporties doen. Prins heeft de oorspronkelijke Duitse tekst geupdatet naar hedendaags Nederlands met veel jeugdjargon, rake grappen en seksuele toespelingen. "Het kon niet vetter... wat een spetter!" zegt weesmeisje Monica (Judith van Wanroij) tegen haar zusje Ansje (Marjolein Niels) over de sprookjesprins (Jean-Léon Klostermann).
Künnekes walsen, tango's en foxtrots komen goed tot hun recht in de arrangementen van Hans Schellevis. Het grote orkest is teruggebracht tot een wendbaar ensemble op het podium, dat het ene moment klinkt als een intiem pianotrio en het volgende moment als een swingende jazzband. En op de juiste momenten zorgen aanzwellend slagwerk en de violen voor een toefje sentiment.
|
|
![]() NRC 5 december 2005, door Kasper Jansen
De niet vergeten operette leeft weer op
Voorstelling: Der Vetter aus Dingsda van E. Künneke door de Nieuwe Nederlandse Operette o.l.v. Pieter Janka. Regie: David Prins. Gezien: 30/11 Schouwburg Rijswijk. Herh.: t/m 7/1. Inl.: www.dnno.nl
Veertig jaar geleden werd God dood verklaard omdat we wel zonder hem konden. Maar Hij leeft nog steeds. Later werd de operette afgeschaft wegens ongeloofwaardige onbenulligheid. Maar het vederlichte muziekvermaak is niet vergeten en beleeft een wedergeboorte, zoals met een nieuwe productie van Der Vetter aus Dingsda. Toen de tenor bij de première inzette met 'Ik ben maar een arme doorsnee-figuur, goedenacht, lief prinsesje, slaap zacht' neurieden de 65-plussers in de volle Rijswijkse Schouwburg massaal mee. Na afloop was er veel applaus.
De Nieuwe Nederlandse Operette brengt de 'Hollandse' Duitse operette van Eduard Künneke uit 1921 in een opgefriste en geactualiseerde Nederlandstalige versie. 'Dingsda' stond voor Batavia, maar is nu 'Verweggistan'. En de vele verwikkelingen rond de persoonsverwisselingen van twee minnaars -alles loop gelukkig af!- worden gecreëerd met fax en internet. De liefde overwint op alle fronten en de twee mannen die overblijven gaan verder samen door het leven.
Regisseur David Prins maakte een nieuwe vertaling in Sinterklaas-sfeer, waarbij alles rijmt, zoals fricandeau, Bordeaux, hallo en dildo. Prins zoekt geen millimeter diepte die er ook niet is en komt met een puur ééndimensionale voorstelling, onderhoudend voor wie er oog en oor voor wil hebben. Hilarisch hoogtepunt is een dansduet van twee dikke mannen in tutu's. Het is karikaturale en cabareteske camp in het kwadraat, laverend tussen de ook al verdwenen revue, het Theater van de Lach, Kopspijkers in Sprudelland en Jiskefet geht Operette!
Muzikaal leverde Künneke niet meer dan een serie vaardige en gevarieerde stijloefeningen, van sentimenteel tot Zuid-Amerikaans, gespeeld door een ensemble van negen musici. Er klinkt ook nog een waterfluitje. En er wordt heel aardig gezongen door een cast met zeer geschoolde stemmen, zoals die van Judith van Wanroij, Marjolein Niels en Jean-Léon Klostermann. Het geheel is een ontwapenende liefdesverklaring aan het genre, ook al is het soms nog zo pretentieloze, onvoorspelbare of flodderige onzin. Maar misschien is het wel juist daarom.
|
|
PERSBERICHT Den Haag, 17 december 2003
OPRICHTING STICHTING DE NIEUWE NEDERLANDSE OPERETTE
Op 23 december 2003 vindt in Den Haag de oprichting plaats van Stichting De Nieuwe Nederlandse Operette (dnno). De stichting zal in de nabije toekomst operettevoorstellingen verzorgen op een artistiek en kwalitatief hoog niveau met behulp van een professionele, traditionele bezetting. dnno wil hiermee de leegte opvullen die is ontstaan na de recente opheffing van het enige professionele operettegezelschap in Nederland. Daarnaast streeft dnno ernaar de voorstellingen dusdanig te brengen, dat niet alleen het traditionele, maar ook een nieuw publiek zich hierdoor aangesproken zal voelen.
De eerste productie die dnno uitvoert, is gepland voor het seizoen 2005/2006. Het betreft ’Der Vetter aus Dingsda’ van Eduard Künneke, een operette in drie akten die zich afspeelt op een landhuis in Nederland. Als primeur in Nederland zal deze voorstelling ook geheel in het Nederlands worden gezongen. De artistieke leiding is in handen van Muriël van Dinteren, sopraan. Dirigent is Peter Janka en David Prins tekent voor de regie.
Operette is een veeleisende vorm van muziektheater die van de uitvoerenden een beheersing van alle artistieke aspecten tot in perfectie verlangt. Daarom werkt dnno uitsluitend met professionals die het operettevak serieus nemen en met enthousiasme een productie zo overtuigend mogelijk trachten neer te zetten. Jaarlijks zullen voorstellingen in de daarvoor geschikte theaters worden gegeven. Informatie hierover wordt voorafgaand aan iedere productie gecommuniceerd.
![]() |
uit: Elsevier, 19 december 2005
![]() ![]() ![]() |
uit: AD Haagsche Courant 26 november 2005
![]() |
foto's Der VETTER aus Dingsda : copyright DNNO
![]() .
![]() .
![]() |
upload : 14 maart 2008
DNNO De Nieuwe Nederlandse Operette · Links Faya · Links Gezelschappen · Links Uitvoeringen · Links Personen · Links Organisaties
Dit is een Faya-WebDesign TANSTAAFL website. Zie de voor deze site geldende © Copyright, Commitment, Disclaimer, Vrijwaring, Abuse en Netiquette regels op www.Faya-WebDesign.nl. Door deze site te bekijken en/of de daarop geboden informatie te gebruiken verklaart u zich akkoord met deze regels. Voorschoten, 15 juli 2004, Donald van Doesburg Oosterbaan
Operette Musical Opera Muziektheater DNNO De Nieuwe Nederlandse Operette
|
|
De operette is een luchtiger, soms satirische versie van de opera, waarbij de teksten tussen de zangnummers gesproken werden. De melodieën in de operette liggen wat gemakkelijker in het gehoor. Een operette (letterlijk 'kleine opera') is een meestal vrolijke vorm van amateur muziektheater waarbij een verhaal gezongen en met instrumentale begeleiding wordt uitgebeeld. In de romantische opera bereikt het bel-canto (‘mooi’ zingen met beheersing van timbre en ademhaling) met versieringen vooral in de hoge registers van de stem) haar hoogtepunt. Ze is ontstaan in de 19e eeuw en was een vorm van satire, waarbij de heersende macht en moraal op de hak werd genomen. Adel en machthebbers bleken over net zo veel zwakheden en opportunisme te beschikken als het gewone volk, misschien nog wel meer, zo was de boodschap.
|