Operetta Research Center Amsterdam
|
Der Vetter aus Dingsda van Eduard Kunneke
Operetta Research Center Amsterdam · Holland en de operette: een reis in van de klinkende clichés · The Red Mill van Victor Herbert · Miss Hook of Holland en The Girls of Holland · Die geschiedene Frau van Leo Fall · Molinos del viento van Pablo Luna · Les moulins qui chantent van Arthur van Oost · Lodoletta en Das Hollandweibchen · Der Vetter aus Dingsda van Eduard Künneke · Il Paese dei Campanelli van Virgilio Ranzato · Tulip Time van Colin Wark · Das Hollandmädel van J.A. Hübler-Kahlas · Ja zuster, nee zuster van Pieter Kramers · Benatzky Revival in Europe · Emmerich Kálmán last operette Arizona Lady · 16 Operette CDs from Classics for Pleasure · Links Organisaties · Links Gezelschappen · Links Uitvoeringen · Links Vocalisten & Specialisten · Links Faya · Links
|
.
Der Vetter aus Dingsda van Eduard Künneke (1921)
Author: Kevin Clarke, 01 September 2004
.
Door Kálmán's Hollandweibchen stonden de 'Holland'-operettes weer volop in de belangstelling. Het thema 'Holland' ging nu, zoals vroeger tussen Londen en New York, als een ping-pongbal heen-en-weer tussen Wenen en Berlijn, de twee belangrijkste centra van de zogenaamde "zilveren operette". Een jaar na Kálmán presenteerde Eduard Künneke aan het Berliner Theater aan de Nollendorfplatz zijn operette Der Vetter aus Dingsda, waar de première op 15 april 1921 plaatsvond. De locatie van de handeling: het arcadië aan de monding van de Rijn, waar iedereen zorgeloos leeft ("Het lijkt hier wel een sprookjesland", staat er in de tekst).Der Vetter aus Dingsda, dat tot de "nicht allzu zahlreichen rundum gelungenen Werken der dritten Operettengeneration" wordt gerekend, aldus Volker Klotz, speelt in het welvaartsparadijs aan de Noordzee ten tijde van de grote inflatie in Duitsland. In tegenstelling tot alle eerdere Holland-operettes, gebruikt Künneke (op een libretto van Herman Haller en Rideamus) 'Holland' niet om klompendansen en tulpenfeesten te presenteren, maar om een exotische klinkende wereld aan de man te brengen. "Sieben Jahre lebt' ich in Batavia", is de beginregel van het beroemde septet, dat met een uitdagende banjobegeleiding vooruitloopt op het klankidioom van Kurt Weill's Dreigroschenoper. De in de titel genoemde neef Roderich is vertrokken naar Batavia. Julia wacht nu op zijn terugkomst en in plaats van smachtende barcarolles, zoals in vroegere 'Holland'-operettes, verdrijft zij haar tijd met uitdagende one-steps, shimmy's en tango's. Dit imago van een exotisch 'Holland' is nieuw in de geschiedenis van het genre. Geen gebruikelijke clichés van een land met de molens, maar een verwijzing naar de werkelijke situatie. Künneke's komedie met persoonsverwisselingen zou zich overal kunnen afspelen, maar door het Batavia-aspect is het voor iedereen duidelijk dat we ons in Holland bevinden. Er wordt ons een modern, kosmopolitisch Holland getoond, dat de sfeer ademt van de destijds ook in Duitsland populaire koloniale romans van Louis Couperus.
|
Der Vetter aus Dingsda van Eduard Kunneke
|
Operetta Research Center Amsterdam
|