Operette in Nederland
Operetta Research Center Amsterdam
Lodoletta en Das Hollandweibchen
Operetta Research Center Amsterdam   ·   Holland en de operette: een reis in van de klinkende clichés   ·   The Red Mill van Victor Herbert   ·   Miss Hook of Holland en The Girls of Holland   ·   Die geschiedene Frau van Leo Fall   ·   Molinos del viento van Pablo Luna   ·   Les moulins qui chantent van Arthur van Oost   ·   Lodoletta en Das Hollandweibchen   ·   Der Vetter aus Dingsda van Eduard Künneke   ·   Il Paese dei Campanelli van Virgilio Ranzato   ·   Tulip Time van Colin Wark   ·   Das Hollandmädel van J.A. Hübler-Kahlas   ·   Ja zuster, nee zuster van Pieter Kramers   ·   Benatzky Revival in Europe   ·   Emmerich Kálmán last operette Arizona Lady   ·   16 Operette CDs from Classics for Pleasure   ·   Links Organisaties   ·   Links Gezelschappen   ·   Links Uitvoeringen   ·   Links Vocalisten & Specialisten   ·   Links Faya   ·   Links
.
Lodoletta van Pietro Mascagni (1917)
en Das Hollandweibchen van Emmerich Kálmán (1920)
Author: Kevin Clarke, 01 September 2004
  .
Nadat het oude Europa door de oorlog drastisch veranderd was, kreeg 'Holland' een nieuwe kans op toneel door een massale wens van escapisme. Men verlangde naar rust en men wilde de harde werkelijkheid vergeten. Holland was voor componisten een soort utopia van vroeger dat in de chaos van het heden een rustpunt was. Door de neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog, had Nederland geen last van oorlogshandelingen waardoor het onbeschadigd de jaren '20 in ging. De eerste die de "Heile Welt" van Holland als onderwerp voor een muziekstuk koos was operacomponist Pietro Mascagni, die daarmee de weg baande voor een nieuwe golf van Holland-operettes. Hij zette de novelle Two Little Wooden Shoes van Ouida op muziek, waarvan Puccini al eerder de toneelrechten had verworven. Toen Puccini van de rechten afzag kon Mascagni aan de slag met het verhaal rond de kleine Lodoletta-met-de-klompjes uit Volendam. Haar liefde voor de Parijse schilder Flammen gaat op tragische wijze ten onder (waarom Puccini zich zo voor het verhaal interesseerde moge duidelijk zijn).

De wereldpremière van Lodoletta vond plaats op 30 april 1917 in Teatro Costanzi in Rome. Men kan ervan uitgaan dat deWeense operetten-scene de première en het daaraan voorafgaande gevecht om het verhaal tussen Puccini en Mascagni gretig volgde, vooral omdat Puccini in Wenen goldt als 's werelds grootste componist. Als Puccini dus interesse had in Two Little Wooden Shoes, was dat in Wenen een belangrijk nieuwtje. En als Mascagni er vervolgens voor Rome een opera van maakte, was dat ook bekend in het Wenen van 1917, hoewel het werk daar pas in 1920 werd opgevoerd.

Door Puccini's belangstelling voor een 'Hollands' onderwerp, werden Leo Stein en Bela Jenbach in 1918, wellicht op het idee gebracht om ook Emmerich Kálmán vaneen 'Hollands' verhaal te voorzien. Kálmán gaat akkoord en maakt een operette die aan actualiteit wint doordat de Duitse keizer in Nederland in ballingschap is gegaan. Hij woont comfortabel op Huis Doorn, terwijl in Duitsland en Wenen de economische malaise dramatische vormen begint aan te nemen. Het Holland als het land van de luxe, de welvaart en het leven van een zorgeloze alledag was het ideale doel voor de volledig verarmde Wiener.

Kálmán en zijn tekstschrijvers kiezen voor een handige cocktail van locaties als het om de locaties gaat waar de handelingen plaats vinden. In het eerste en laatste bdrijf speelt Das Hollandweibchen aan een imaginair vorstelijk hof, zoals vaker in oudere Weense operettes te zien is, waar een ouderwets en karakturaal korstig stijf adellijk gezelschap tot leven wordt gewekt. Het middelste bedrijf is een uitstapje naar een jachtclub in het Hollandse Wijk-aan-Zee, waar prins Paul Roderich is ondergedoken omdat hij geen zin heeft in een huwelijk met prinses Jutta, die hij nog nooit heeft gezien, maar met wie hij als kind al werd verloofd. De vlucht naar Holland is een enorme belediging voor prinses Jutta, die revanche wil nemen. Met haar vriendin barones Elly vertrekt Jutta richting Wijk-aan-Zee en probeert, vermomd als Hollands meisje, bij prins Paul in smaak te vallen. Natuurlijk wordt de prins verliefd op haar en denkt dat ze "ein Hollandweibchen" is. Na enige heisa komt het besef dat hij een grote fout heeft begaan door de beeldige prinses Jutta zo bruut van de hand te wijzen.

In het ontvlammende muziekale middendeel worden een aantal vertrouwde kenmerken van het Holland-genre uit de kast gehaald. Allereerst de gewoonte om een 'Holland'-operette vol te stoppen met molens, klompen en tulpen (zo eindigt het tweede bedrijf met een spetterend tulpenfeest). Vervolgens wordt de traditie van de vrije liefde à la Die geschiedene Frau in het stuk geweven. De vermeende Hollandse tolerantie inspireert de prins om, onbekend met plaatselijke zeden en gewoonten, zonder veel moeite een Hollands meisje het bed in te lokken. Behalve molens en erotiek wordt het gebruik om Hollanders als jokers neer te zetten in ere hersteld. Johann Strauß bedacht voor de operette Lustiger Krieg in 1881 al zo'n rare Hollander in de gedaante van de onnozele tulpenhandelaar Jan. Kálmán borduurt hierop voort met het personage van herbergier Klaas. Deze Klaas bedient zich, net als Jan in Der Lustige Krieg, van een avontuurlijk soort Nederduits en zorgt daarmee voor de nodige hilariteit: "Gekwaak van kikkers uit de Hollandse moerassen" was ooit al de omschrijving van Heinrich Heine voor de Nederlandse taal.

De belangrijkste Schlager uit Kálmán's operette is de onschuldig lijkende langzame wals "Hollandweibchen mit dem Häubchen (küsst man nicht zum Zeitvertreibchen)". Voor degenen die het schilderij La belle Hollandaise van Picasso uit 1905 kennen, met een rondborstige naakte jongedame met Volendams mutsje, krijgt het onschuldig lijkende lied een heel andere, bijna pornografische lading. De première was op 30 januari 1920 in Wenen. Daarna werd de succesvolle operette nog 215 keer opgevoerd en was in hetzelfde jaar ook in Londen te zien, met in de hoofdrol Maggie Teyte. Daar het niet om de typische Hongaarse onderwerpen gaat, zoals in Kalman's succesvolle Csárdasfürstin en Gräfin Mariza, hebben latere generaties het werk links laten liggen, ondanks dat het meer visuele en toneeltechnische mogelijkheden zou bieden.
Lodoletta en Das Hollandweibchen
Operetta Research Center Amsterdam