samenvatting :
|
De Peruviaanse maîtresse : Het stuk speelt in de achttiende eeuw in Peru onder de Spaanse overheersing.
Eerste bedrijf (op een plein) > In de Peruviaanse hoofdstad Lima viert het volk (Spanjaarden en indianen) feest. Het is de verjaardag van de Spaanse onderkoning, Don Andres de Ribeira. De gewiekste eigenaressen van de herberg "In de drie nichten" hebben het druk, want ze hebben opdracht gekregen iedereen van gratis drank te voorzien. Plotseling herkennen de drie meisjes de opdrachtgever in de menigte: Don Pedro de Hinoyosa, de gouverneur van de stad, verkleed als fruitventer. De gouverneur weet dat de onderkoning zich op feestdagen graag incognito onder het volk begeeft, niet alleen om achter de mooie señoritas aan te zitten, maar ook om te weten te komen hoe het volk denkt over de regering. Zeer gevaarlijk voor de corrupte gouverneur, die zijn winstgevende baantje liefst wil behouden. Extra gevaarlijk voor graaf Panatellas, de opperhofmaarschalk; dit personage (ook al op straat in vermomming: als koekverkoper) is weer hoger in rang dan gouverneur Hinoyosa en heeft dus nog meer boter op zijn hoofd. Maar Hinoyosa heeft voorzorgsmaatregelen getroffen. Trots vertelt hij aan graaf Panatellas, dat er geen reden tot ongerustheid behoeft te zijn: op alle straathoeken zijn verklikkers geposteerd; overal waar de onderkoning maar zou kunnen rondscharrelen, wordt vertier geboden en gratis drank verstrekt, in ruil waarvoor het volk best bereid is van tijd tot tijd "Leve de onderkoning" te roepen. Op deze wijze wordt onderkoning Don andres door zijn vazallen bij de neus genomen. De domme dikzak gelooft werkelijk alles. Maar als Hinoyosa zover gaat dat hij zich als indiaan verkleedt, om Don Andres te doen geloven dat ook de autochtone bevolking innig tevreden is, doorziet de monarch de maskerade. Hij jaagt Panatellas en Hinoyosa uit zijn ogen en gaat alleen verder, op zoek naar de waarheid. Zo ontmoet hij Perricholi, een beeldschone half-indiaanse. Zij geeft met haar vrijer Piquillo op straat duetten ten beste; veel geld halen ze niet op, daar de jaloerse Piquillo niet wil dat Perrichole met het centenbakje rondgaat. Het tweetal is zo arm, dat ze niet eens de vier piaster kunnen opbrengen die betaald moeten worden voor een echtverbintenis. Vermoeid, vertwijfeld en hongerig legt Perricholi zich te ruste; Piquillo gaat kijken of hij op zijn eentje nog wat kan verdienen in de feestvierende stad. Als Don Andres de slapende vrouw ontwaart, wordt hij op slag verliefd op haar. Hij wil haar tot "hofdame" bombarderen en Perricholi besluit - gedreven door de honger - hiermee in te stemmen. Ze schrijft een hartroerende afscheidsbrief aan Piquillo. Aangezien alleen gehuwde vrouwen als hofdame mogen fungeren, eist de onderkoning van graaf Panatellas dat deze binnen twee uur een of andere armoedzaaier op de kop tikt die bereid is op staande voet met de aanstaande maîtresse te trouwen. Intussen heeft Piquillo de brief van Perricholi ontvangen en de inhoud maakt hem zo wanhopig, dat hij besluit zich op te hangen. Juist op dat moment loopt graaf Panatellas tegen hem op. De graaf laat Piquillo volgieten met sterke drank, onder invloed waarvan de arme jongen erin toestemt met een onbekende dame te trouwen. Gouverneur Hinoyosa vindt in dezelfde tijd twee notarissen bereid het huwelijk in te zegenen. Aanvankelijk hebben de heren daar niet veel zin in, daar het een feestdag is, maar ook bij hen doen port, sherry en madeira hun werk. Perricholi heeft onderwijl gedineerd met Don Andres en daarbij ook al diep in het glas gekeken. Eindresultaat: bij de trouwerij, die plaats vindt voor de herberg, is werkelijk iedereen aangeschoten of erger; Piquillo is zelfs zo toeter, dat hij Perricholi, die een sluier draagt, niet herkent. Zij herkent hem wel, reden waarom zij definitief met de huwelijksvoltrekking instemt. Het eerste bedrijf eindigt in uitgelaten vrolijkheid. Het bruidspaar wordt, gescheiden van elkaar, naar het paleis vervoerd.
Tweede bedrijf (in het paleis) > De hofhouding, onder aanvoering van de markies de Tarapote, is zeer verontwaardigd over de aanwezigheid van een straatzangeres in het paleis. De arme Piquillo, die ijlings in de adelstand is verheven, wordt door iedereen geplaagd met zijn positie als echtgenoot van de nieuwe favoriete. Panatellas en Hinoyosa leggen de nieuwbakken baron uit, dat hij er rustig vandoor kan gaan, maar pas na een kleine formaliteit: hij dient zijn gade even officieel voor te stellen aan het hof en de onderkoning. Piquillo wil dat wel doen, om daarna snel op zoek te kunnen gaan naar zijn aanbeden Perricholi. Bij gelegenheid van de officiële presentatie komt Piquillo er eindelijk achter dat het zijn eigen geliefde is die hij moet voorstellen en dit brengt hem tot razernij; Perricholi probeert hem nog uit te leggen, dat zij aan de hele bedoening slechts meewerkt om het gewin en dat zij niet van plan is de onderkoning werkelijk als maîtresse te dienen, maar Piquillo is doof en blind van woede en smijt haar neer op de treden voor de troon. Don andres raakt daarover op zijn beurt vertoornd en laat Piquillo is de speciale kerker voor recalcitrante echtgenoten werpen.
Derde bedrijf , eerste tafereel (in de gevangenis) > Eerst maken we kennis met een oude gevangene, die twaalf jaar met een mesje in de muur van zijn cel heeft gekrast en toevallig net vandaag terecht komt in de cel die voor Piquillo is bestemd. Hij hoort gerucht en trekt zich terug. Piquillo wordt binnengeleid en alleen gelaten. Perricholi komt hem opzoeken en weet hem, met enige moeite, van haar trouw te overtuigen. Met haar diamanten wil zij de cipier omkopen en dan samen met Piquillo ontvluchten. Een slim plan, dat helaas mislukt. De onderkoning heeft zich namelijk als cipier verkleed en ontdekt alzo dat Perricholi niets om hem geeft. Hij laat haar nu ook vastketenen, in hetzelfde cachot, maar zonder dat het liefdespaar elkaar kan aanraken. Gelukkig weten zij op originele wijze, met behulp van de oude gevangene en dienst mesje, te ontsnappen.
Derde bedrijf , tweede tafereel (weer op het plein) > Leger en politie zijn omslachtig op zoek naar het voortvluchtig drietal Piquillo, Perricholi en de oude gevangene, maar zonder enig resultaat. Don Andres kaffert Panatellas en Hinoyosa uit en stelt hen verantwoordelijk voor de ondoeltreffendheid van de opsporingsactie. Maar de gezochten melden zich vrijwillig. Zij zingen, weer als straatzangers, een hartverscheurend klaaglied, waarin de onderkoning niet weinig gevleid wordt; hetgeen hem ertoe beweegt de jonggehuwden de vrijheid te hergeven; de diamanten mogen ze behouden. De oude gevangene blijkt een markies te zijn; hij weet zich niet meer te herinneren waarom hij ooit gevangen is gezet en daarom kan Don Andres hem niet pardonneren. De oude baas moet terug naar de gevangenis, maar dat deert hem niet veel; hij heeft immers zijn mesje nog. Perricholi en Piquillo trekken weer de wijde wereld in. Voortaan mag zij met de pet rondgaan. En verder blijft alles bij het oude.
|