![]() De Partij voor de Dieren wil de positie van dieren in onze samenleving verbeteren. Wij komen op voor de zwaksten, de stemlozen in onze maatschappij, de dieren.
Het programma van de PvdD is gebaseerd op de visie dat dieren - evenals mensen - levende wezens zijn met bewustzijn en gevoel en daarom net als mensen het morele recht hebben op een respectvolle behandeling door de mens. Dit houdt in dat dieren, zowel in het wild levende als gehouden dieren, naar hun eigen aard moeten kunnen leven en niet zonder een noodzakelijk of redelijk doel door de mens in hun welzijn mogen worden aangetast. Beschaving uit zich immers in de wijze waarop mensen met andere levende wezens op deze aarde en met de natuurlijke omgeving in het algemeen omgaan.
De PvdD maakt onderdeel uit van de snelgroeiende emancipatiebeweging die opkomt voor de belangen van dieren. De Partij voor de Dieren kreeg al snel na haar oprichting vervolg in Duitsland, Frankrijk, België, Luxemburg en Spanje.
Bij andere politieke partijen krijgen thema's zoals economie, veiligheid en integratie voorrang boven natuur, milieu en dierenwelzijn. Politieke kopstukken besteden weinig aandacht aan dier, natuur en milieu en ook uit de debatten van de afgelopen jaren blijkt dat de huidige parlementariërs, op een enkele positieve uitzondering na, weinig tot geen betrokkenheid hebben getoond bij onderwerpen als dierenwelzijn.
Leeuwarder Courant, 3 oktober 2006 :
![]() |
|
Persbericht 13 januari 2006
Partij voor de Dieren verreweg snelst groeiende politieke partij van Nederland.
Dat blijkt uit cijfers van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, die gisteren zijn gepubliceerd. De Partij voor de Dieren was niet opgenomen in het overzicht. Het ledental van de PvdD is het afgelopen jaar gestegen met ruim 600, een spectaculaire toename van 33%. De ledenwinst van de Partij voor de Dieren is ongekend voor een jonge, buitenparlementaire partij en geeft aan dat Nederland klaar is voor een doorbraak in de strijd voor de rechten van dieren.
Het DNPP heeft voor haar publicatie alleen de zittende politieke partijen onderzocht en hiermee de werkelijke winnaar over het hoofd gezien. Gisteren maakte het Documentatiecentrum bekend dat GroenLinks met een stijging van 3,3%, een fractie van het groeicijfer van de PvdD, de snelst groeiende politieke partij zou zijn. GroenLinks groeide in 2005 met 674 leden, slechts enkele tientallen meer dan de Partij voor de Dieren. De PvdD laat ook de Partij van de Arbeid (+ 1,3%, 874 leden) en in absolute aantallen zelfs de Socialistische Partij (554 nieuwe leden, + 1,3%) en de SGP (500 nieuwe leden, +1,9%) achter zich.
Sinds haar oprichting in oktober 2002 heeft de Partij voor de Dieren een stormachtige groei doorgemaakt. De partij wist in 2004 niet alleen een groot aantal kiezers voor zich te winnen bij de Europese Verkiezingen (153.000, 3,2% van de stemmen), maar groeide in dit tweede jaar van haar bestaan uit naar een totaal van 1799 leden. De partij mocht 2005 afsluiten met een ledental van 2408 en telt hiermee inmiddels twee keer zoveel leden als de LPF.
Eerder dit jaar kwam de PvdD ook al als relatief grootste groeier uit de bus in het Vroege Vogels-onderzoek naar de aanhang van "groene organisaties" in Nederland. De groei van de Partij voor de Dieren is des te opmerkelijker omdat de PvdD, anders dan gevestigde partijen als GroenLinks en PvdA, nog niet is vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, geen subsidie ontvangt voor het voeren van een partijbureau en nog geen wijdvertakte partijstructuur kent die het werven van nieuwe leden vergemakkelijkt.
|
|
Beginselverklaring
Het leven op aarde manifesteert zich in velerlei vormen. Alleen al het aantal diersoorten bedraagt meer dan een miljoen. Iedere levensvorm tracht zichzelf optimaal in stand te houden, ook indien dit ten koste gaat van andere levensvormen. Diersoorten kunnen elkaars concurrent zijn of in een jager-prooi relatie tot elkaar staan. Alle levensvormen tezamen maken deel uit van het wereldwijde ecosysteem, dat zich in een natuurlijk, dynamisch evenwicht bevindt. Het leven op aarde is hierdoor niet een vredig paradijs, maar een permanente strijd die bij alle betrokkenen leed veroorzaakt, tot aan de dood toe.
De mens is onderdeel van het aardse ecosysteem, maar door zijn mentale ontwikkeling en de daaruit voortgekomen cultuur is hij in staat zijn eigen belangen ten koste van andere levensvormen intensiever en grootschaliger te behartigen dan welke ander levend wezen ook. Door die zelfde mentale ontwikkeling heeft hij echter ook de vrijheid om andere levensvormen alsook zijn eigen soortgenoten in heden en toekomst geen onnodig leed en schade te berokkenen. Dit respect voor de lichamelijke en mentale integriteit van alle levensvormen op aarde vormt de basis voor een meer vreedzame wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur in het algemeen kunnen omgaan.
Dit respect voor het leven is onder mensen nog in onvoldoende mate ontwikkeld. Dit heeft geleid en leidt steeds opnieuw tot grote ruwheid en onzorgvuldigheid in het gedrag van mensen. Daardoor verdwijnen in hoog tempo natuurgebieden, sterven diersoorten uit, wordt het mondiale ecosysteem zwaar belast en ontwricht, en worden grote bevolkingsgroepen in hun voortbestaan bedreigd.
Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de biotoop van de mens zelf en van andere levensvormen verslechtert, kleiner wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie. Het is daarom van groot belang dat de mens zichzelf aanzienlijke ecologische beperkingen oplegt. Die dienen gericht te zijn op het reduceren van het gebruik van ruimte, grondstoffen, energie, planten en dieren.
In het Handvest van de Aarde, voortgekomen uit een initiatief van de Verenigde Naties in 1987 (United Nations World Commission on Environment and Development: www.earthcharter.org), dat door tal van natuur- en milieu-organisaties als uitgangspunt wordt gehanteerd, wordt deze doelstelling nader uitgewerkt. De bescherming van de 'levensvatbaarheid, diversiteit en schoonheid van de aarde' wordt in dit handvest als een 'heilige taak' van de mensheid opgevat. In artikel 15 worden respect en mededogen in de omgang met dieren als een aparte doelstelling geformuleerd. Wreedheden tegen door de mens gehouden dieren moeten worden voorkomen en jacht- en vismethoden die 'extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken', dienen te worden verboden.
Het Handvest is sterk gericht op het duurzame gebruik van de natuur door de mens. Weliswaar wordt ook aan andere levensvormen dan de mens een eigen waarde toegekend en worden respect en mededogen in de omgang met dieren voorgeschreven, maar aan het doel van het gebruik van dieren worden geen expliciete beperkingen gesteld.
Dat gebeurt wel in de Universele Verklaring van de Rechten van het Dier van de International League of Animal Rights in 1977. Hierin wordt niet alleen gesteld dat alle dieren met respect behandeld moeten worden, maar worden in artikel 7 het zonder noodzaak doden van een dier en elke beslissing die hiertoe leidt, als een 'misdaad tegen het leven' gekwalificeerd. Expliciet worden de plezierjacht en de sportvisserij afgewezen, terwijl aan het gebruik van dierproeven de eis wordt gesteld dat die een noodzakelijk doel moeten dienen en gepaard moeten gaan met onderzoek en toepassing van alternatieven.
Na twee eeuwen dierenbescherming wordt het hoog tijd om aan het gebruik van dieren verdergaande beperkingen te stellen. Dieren worden nog te vaak slechts als object beschouwd dat altijd ondergeschikt is aan de belangen van de mens en voor al die belangen gebruikt mag worden. De exploitatie van dieren en van hun biotoop heeft, ook vindt die op een duurzame wijze plaats, altijd onvermijdelijk negatieve gevolgen voor de dieren en eindigt meestal zelfs met hun dood.
Bij iedere vorm van omgang met en gebruik van dieren moet daarom steeds een zorgvuldige afweging plaatsvinden tussen de zwaarte van de menselijk belangen en de gevolgen voor het dier. Naarmate het menselijk belang minder noodzakelijk is en de gevolgen voor de dieren schadelijker zijn, vermindert de morele rechtvaardiging om hun welzijn te schaden.
Het gebruik van dieren voor niet-vitale belangen van mensen kan met deze benadering worden teruggedrongen en uitgebannen. Het is evident dat dit geldt voor onder andere de bontproductie, het circus, stierenvechten, hengelsport en andere dieronvriendelijke vormen van vermaak met dieren. Godsdienstige en culturele tradities, die dieren in hun welzijn aantasten, moeten zich op dit punt vernieuwen. Tradities zijn immers geen onveranderlijke verschijnselen, maar kunnen zich in de loop der tijd aan de nieuwe opvattingen en morele normen van mensen aanpassen en hebben dat in het verleden ook steeds zo gedaan.
Ook bij het gebruik van proefdieren en van dieren voor menselijke consumptie dient steeds de ethische afweging van de verschillende belangen van mens en dier plaats te vinden. Hierbij moet ook de toepassing van alternatieven voor dierproeven en dierlijke producten de volle aandacht krijgen. De ontwikkeling en toepassing van deze alternatieven kan daarom ook als een ethische noodzaak van de mensheid beschouwd worden.
Een zorgvuldige, liefdevolle omgang met de natuur en de dieren houdt tenslotte ook in dat aan mensen respect voor hun lichamelijke en mentale integriteit in de ruimste zin des woords wordt betoond. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) biedt hiervoor het geschikte uitgangspunt. Deze creëert de voorwaarden waaronder de mens in vrijheid en zonder onderdrukking en geweld kan leven en zich kan ontwikkelen. Hierbij dient de mens wel rekening te houden met zijn medeschepselen. Zijn vrijheid houdt op waar die van de ander in het gedrang komt. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens vormt samen met de Verklaring van de Rechten van het Dier en het Handvest van de Aarde het practische uitgangspunt voor de wijze waarop mensen met elkaar, met de dieren en met de natuur behoren om te gaan. Dit uitgangspunt wordt nader uitgewerkt in het Verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren en bepaalt de politieke opstelling van de partij in actuele kwesties.
|